13-11-14

Een wak madeleintje - Yannick Moulin


Met eindeloos geduld wachtte Theofiel op een dag die al voorbij was. Hij nam het theekopje vast, zijn hand trilde. Hij zette het maar terug neer. Dit was niet het moment voor gestuntel. Niet morsen. Een vlek op z'n pak zou een smet op z'n ziel zijn.
Half vier. Vier uur had Elisa gezegd. Van nu tot dan leek zo onpeilbaar lang dat alleen meer wachten de verveling kon verdrijven.
Gisteren had hij het hele huis afgezocht naar iets om aan te doen. Hij had al jaren geen kleren meer moeten kiezen. Hij nam meestal gewoon wat bovenaan de stapel lag. In een krakende lade had hij een stuk stof ontdekt waar generaties motten zich tegoed aan hadden gedaan. Zijn oude maatpak. Kreuken kabbelden op het muffe katoen, en in het wollen colbert gaapten tientallen gaten.
Het werd dus winkelen. Schuifelen, wandelstok in de hand, langs neonpanelen met Zweedse merken en etalages met blote lingerie. Niets mee te maken. Hij wist precies waar hij moest zijn. Net om de hoek van de Vismarkt en de Craenendonck. Een statige boetiek, een vitrine van gebogen vensterglas met protserige Art-Nouveaumotieven. Daarboven een koperen plaat met een naald en een bobijn, en een gravure zoals men ze tegenwoordig niet meer maakt:

Bossemans et Cie
Maître couturier

Eva zou daar staan. Ze werkte er. Eva kende hem; wist altijd precies wat hij wou zonder het hem te vragen. Ze keek recht door zijn kleren heen, zoals het een goede winkeljuffrouw betaamde. Maar niet op een schunnige manier. Neenee. Zij kende gewoon perfect zijn maat.
Soms, soms had hij verlangd naar die andere manier van kijken. Naar hoe ze hem zou uitkleden met haar ogen. Handen die zijn hemd openden, knopen in het rond. Het was een frivoliteit, een onnozele fantasie zoals mannen er wel elke dag één hebben, en vrouwen daar al even vaak kwaad om worden. Over elke vrouw op aarde worden wel duizend dagdromen gedroomd, elk een kluwen van verhaallijnen, van onuitspreekbaar tot onschuldig, om een man zijn dagelijkse gemoedsrust te schenken. Daarom kwam hij telkens opnieuw naar deze boetiek. Om zijn dromen te spekken en om zijn lust te dempen.
Hij stapte om de hoek van de Vismarkt en de Craenendonck, en keek uit op een verweerde etalage. Een hoopje pleisterstof lag onder een dichtgetimmerd venster. De wind hitste het op, en het verdween in de voegen van de gebarsten trottoirtegels.
Een vitrineraam van gebroken glas, een gapende muil waar de tijd er vat op had gehad. De wind huilde om vergane glorie. Woorden, geschreven in de vingerdikke laag stof op het raam. Jade, wanne fuck u. Kevin loves Dries. Dit kon niet waar zijn.
Stel... zou hij zich van straat vergist hebben? Of wacht...was hij verkeerd gelopen? Theofiel dacht na, koortsachtig zoekend naar dat ene moment waarop hij misschien links afgeslagen was in plaats van rechts, of waarop hij de boetiek voorbij gewandeld was. Er was niets meer in zijn hoofd. Hij wankelde, ondersteunde zijn slaap met zijn verweerde hand. Toen keek hij op.
Boven het glas prijkten 4 kraters van verpulverd pleisterwerk. In het midden, een opschrift in negatief:


Bossemans et Cie
Maître couturier

Theofiel staarde wezenloos voor zich uit en keerde dan op zijn stappen terug. Bossemans, failliet! Dat kwam vast door die plastieken bikini’s en blote hippiebloesjes waar veel te jonge meisjes tegenwoordig mee over straat flaneerden. Oerdegelijke kwaliteit? Daar wilden de mensen niet meer voor betalen.
Per lopende meter verschool Theofiel zich dieper in zijn herinneringen. Hij dwaalde af naar die vergeelde ansichtkaart van zijn jeugd waarop een kerk, een kar met paard en slagerij J. Van Acker het penseel van Permeke verrieden. Hij knikkerde met zijn vriendjes, speelde verstoppertje en trok aan de vlechtjes van een lelijk meisje dat aan het hinkelen was. Ze viel, begon te huilen. Tien punten! Een torenvalk scheerde boven de oude schuur van zijn opa. Hij miste zijn papa en diens creatieve opvoedingsmethodes na een zoveelste Geuze.
Theofiel aarzelde. Wat deed hij hier nu weer? Ah ja, een pak. Hij ging een pak kopen. Voor Elisa. Hij kocht zich een pak. Grijs, met manchetknopen. Uit zo’n Zweedse keten, ja. Geen toonbeeld van elegantie, maar hij zou Elisa een royale fles reukwater cadeau doen bij wijze van tegemoetkoming.
Half vijf. Theofiel pakte het theekopje opnieuw op. Hij nam een slokje van de lauwe thee. Oolong first flush, duur spul. Lipton, dat dronk hij gewoonlijk. Meestal vergat hij dan het zakje eruit te halen, waardoor het drankje naar levertraan smaakte. Maar als Elisa kwam, was enkel het beste goed genoeg. Ze werd graag verrast. Dan blonken haar ogen.
Vijf uur. Hij nam een madeleine en roerde er met langzame halen mee in zijn thee. Het koekje werd nat, dan wak, dan drab. Waar bleef ze toch?

Zijn ogen dwaalden af naar de buffetkast, waar een vrouw hem aankeek. Rimpels en wallen. Op geen enkele manier anders dan de andere oude vrouwen. Ze had poedelkrullen, overrijp besmeurde lippen en meer ringen dan vingers. Haar foto werd verstikt door een zwarte rand, verminkt door een kruisteken. Hij kende haar naam, ze heette… of toch niet. Vreemd, daarnet wist hij het nog. Hij kauwde de seconden weg. Zijn thee werd sterk, dan bitter. Haar thee werd slechts koud.

Geen opmerkingen:

Schrijven Online Nieuws

Schrijven Online blogs

Schrijven Online wedstrijden

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...