30-10-13

Liefde en Lust - Jan Van Olmen


Bad Little Red Riding Hood by ~Littleflamme on deviantART


Liefde en Lust 

Om dan te verdrinken.
In je ogen en je lijf.
Het kreunen stokt.
Genot is geboren.

Laat alle hoop staan.
Vrees versteend.
Wordt vloeibaar mededogen.

Liefde is doodgaan.
Liefde is doorgaan.
Liefde is Alles.

Leven zonder bevat niets.
Dan holle valsheid.
Flarden Ersatzgeluk.

En ook al gaat Ze kapot.
Toch blijf ik zoeken.

En ook al is Ze overal.
Zelden kan ik vinden.

Hevige haat, sluipende schaduw.
Van het ene eervolle.
Ieders slaaf. Ieders meesteres.

Vòòr de Liefde …
Was de man een beest.
Van goorheid vergeven.

Want zonder prinses kan geen ridder bestaan.

Vòòr de Lust …
Was de vrouw een meisje.
Zinneloos zoekend.

Want zonder wolf kan geen Roodkapje bestaan.

Liefde en Lust.

Ze schiepen de mens.
In zijn nederlagen.
Ledigheid
Glorie

Immer en altijd.
Overal en ergens.

Veroordeeld tot bestaan. 

24-10-13

Twee Gebeden voor de Literaire Creatie (Elisa Verdo)






 

Wees gegroet, o dichter,
Vol inspiratie,
De kunst is met U.
Verheven is uw taal in al uw verzen, 
En verheven is de ziel
Van uw boodschap, immer.
Geïnspireerde dichter,
Scheppend mens,
Begeester ons, cultuurbarbaren,
Nu en in het uur van zielennood.
Amen.




Onze Sprake,
Die ons gegeven zijt,
Van in de moederschoot,
Uw rijm zinge,
Uw beelden vloeien
In verzen en in verhalen.
Geef ons heden een literair woord 
En verhef onze creatie
Zoals ook wij verheffen
Onze zoetgevooisde stem
En leid ons niet in plagiëring,
Maar verlos ons van de middelmaat,
Amen.

22-10-13

Nelle & Marcel - kort kinderverhaal van Donnie De Neef





Nelle gaat bij het krieken
van de dag op bezoek bij Marcel.
Ze heeft deze nacht een fantastisch plan bedacht.
‘Ik wil een brief sturen,’ zegt ze,
‘aan alle vogels-die-er-niet-meer-zijn.’

‘Waarom zou je een brief willen sturen
aan alle vogels-die-er-niet-meer-zijn?’
vraagt Marcel met slaap in zijn stem.
‘Om te vragen hoe het met hen gaat.
En of ze het daar leuk hebben,’ antwoordt Nelle.

Marcel denkt even na.
Hij vindt het nogal een gek plan.
Maar Nelle bedenkt wel meer gekke plannen.
‘Goed,’ zegt hij.
‘Jij praat en ik schrijf.’

‘Beste vogels-die-er-niet-meer-zijn,’
zegt Nelle,
‘Hoe gaat het met jullie?
Valt het weer daar een beetje mee?
Is er genoeg pindakaas?
Is er zoveel pindakaas, dat je de hele nacht door zou kunnen eten?
Is er zoveel pindakaas, dat je de hele nacht,
én de hele dag door zou kunnen eten?’

 Marcel schraapt zijn keel.
‘Iets minder over pindakaas, Nelle,’ zegt hij.
‘Juist,’ knikt Nelle een beetje beschaamd.
‘We missen jullie,’ gaat ze verder.
‘We missen jullie echt heel erg.
Hopelijk tot gauw.
Nou ja, niet echt. Je weet wel.
Liefs van Nelle en Marcel.’

Marcel stopt de brief
in een sneeuwwitte omslag
en schrijft op de voorzijde:
‘Aan alle vogels-die-er-niet-meer-zijn’.
Hij likt het strookje toe
en verzegeld de brief met een pootafdruk.

‘En nu?’ vraagt hij.
Nelle weet het ook even niet meer.
Dan ziet ze het helemaal voor zich.
‘Natuurlijk! De brief moet boven de wolken gebracht worden!
Want dat is waar alle vogels-die-er-niet-meer-zijn heen gaan,’
roept ze opgewonden.

Marcel fronst.
‘Ik denk dat de brief diep onder de grond gebracht moet worden.
Want dat is waar alle vogels-die-er-niet-meer-zijn heen gaan, toch?
Nelle fronst nu ook.
Ze weet het eerlijk gezegd niet zo goed meer.
Waar gaan al de vogels-die-er-niet-meer-zijn eigenlijk heen?
  
‘We kunnen maar beter op veilig spelen,’
zegt Nelle.
‘Ik bezorg een brief boven de wolken,
en jij bezorgt er één diep onder de grond.
Dan moet er vast wel één van beide goed terechtkomen.’

Marcel vindt het een prima idee.
Hij schrijft nog een brief.
Vervolgens graaft hij een tunnel,
dieper dan hij ooit eerder gegraven heeft.
Daar laat hij de brief achter.
Nelle vliegt tot boven de wolken,
hoger dan ze ooit eerder gevlogen heeft,
en laat daar de andere brief achter.

Ze drinken thee.
Uit kleine porseleinen kopjes.
Volgens Nelle duurt wachten
minder lang als er thee is.
Marcel is daar nog niet zo zeker van.
‘Denk je dat ze onze brief al ontvangen hebben?’
vraagt hij aan Nelle.
Nelle knikt.
‘Vast wel. Dat moet wel.’

Nelle en Marcel drinken nog meer thee.
Ze drinken zoveel thee,
dat Marcel algauw geen thee meer kan zien.
‘Wachten duurt wel erg lang,’ zegt hij.
Nelle wordt nu ook ongerust.
Ze vraagt zich af of
de vogels-die-er-niet-meer-zijn
misschien zonder briefpapier zitten.

Plots, op een zonnige lentedag,
vinden ze een brief terug.
Zomaar.
Op het gras, tussen de madelieven.
Nelle vraagt zich af hoe de brief daar komt.
Volgens Marcel doet het er helemaal niet toe.
Hij is stiekem gewoon blij dat hij geen
thee meer hoeft te drinken.
Ze lezen hem samen, hardop.

‘Beste Nelle en Marcel,
wat leuk dat jullie ons missen.
Wij missen jullie ook.
Nou ja, een beetje. Je weet wel.
Het is goed waar jullie zijn,
maar hier is het ook goed.
Het weer is hier fantastisch.
Dit zal een kort briefje worden.
We moeten namelijk nog een hele berg
pindakaas opeten voor de avond valt.
Liefs van alle-vogels-die-er-niet-meer-zijn.'

Marcel geeft Nelle een zoen.
Zolang hij maar bij Nelle kan zijn,
vindt Marcel het overal best.


18-10-13

Kabouters in de Molenstraat! - Fotoreportage van Mi




Kabouters in de Molenstraat van Aalst... 

De afdeling Literaire Creatie 
van de Academie voor Podiumkunsten 
weet er alles over. 

Hier is een fotoreportage van Mi, 
gemonteerd door Pé, 
op muziek van www.relaxatiemuziek.be 
en in een productie van 
het Poëtisch Actie Front PAF!



15-10-13

Google Poëzie Collage: "Den John / Het Lam Gods" (Patrick Bernauw)


Altijd heel graag Herman De Coninck gelezen, en één van zijn vele dichtregels die mij bijgebleven zijn, is deze:

ik wil de taal dynamiteren tot een
gebeurtenis waar veel mensen
komen naar kijken.

Er worden steeds minder dichtbundels verkocht, maar misschien hoort poëzie dan ook - en vooral in digitale tijden - niet langer in de eerste plaats thuis in een boekje. Vroeger was dat ook niet noodzakelijk zo; waarom zouden we ons dan per definitie moeten beperken tot eendimensionaal drukwerk?

Natuurlijk is het allemaal niet nieuw: we hebben Dada gehad en surrealisten als Marcel Mariën die woord en beeld combineerden in raadselachtige of grappige collages om te lezen en te bekijken.  Het warm water is dus al uitgevonden. Net zoals François Villon destijds zijn ballades ten gehore bracht in kroegen (zo stel ik het mij ietwat romantisch voor) kennen we nu bijvoorbeeld "slam poetry". En er zijn de stiftgedichten van Dimitri Antonissen en de Google Gedichten (ook Google Poëzie genoemd) en er is de organische manier waarop een dichteres als Joke Van Leeuwen tekst en illustratie combineert.



De dichter van vandaag heeft de quasi onbegrensde mogelijkheden van het wereldwijde web, van digitaal filmen en fotograferen en geluidsopnames vastleggen, van photoshop en de sociale media ter beschikking om zijn werk te maken en naar buiten te brengen. En "buiten", dat kan ook een tentoonstelling zijn, of een "happening" in de stijl van de sixties, toen Herman De Coninck de taal wilde dynamiteren "tot een gebeurtenis waar veel mensen komen naar kijken".

Het thema van de verse Gedichtendag - of hele Poëzieweek - is "verwondering". En is dat niet één van de grote aspiraties van de dichter? Verwondering creëren?




De collage Den John / Het Lam Gods ontstond uit onderstaand gegoogel:



Het "verzamelen" van Google Poëzie - want "schrijven" doe je niet, de algoritmen van Google schrijven het je voor - is mij een beetje te vrijblijvend. Een gegoogeld gedicht heeft iets van een objet trouvé; het krijgt pas echt betekenis als je het niet alleen wegneemt uit de context waarin je het gevonden hebt, maar ook in een andere (betekenisvolle) context plaatst. It's all in the eye of the beholder. 

Dezelfde strategie wordt ook gehanteerd bij het maken van een collage. Je kunt zo'n collage uitsluitend met woorden maken (plaats de Google "Ik denk dat" voor of na "Ik bel" en 1 + 1 = 3, want je schept een nieuwe context, en een nieuwe betekenis), maar ook door een combinatie van woord en beeld. Deze werd gemaakt met de App Morfo:


Poëzie ontstaat door meerduidigheid, door dubbelzinnigheid ook. Hoe meer mogelijke betekenissen je weet op te roepen met het handvol woorden dat je hebt verzameld, hoe sterker het gedicht. Maar deze collage van de twee Google Gedichten levert niet zo gek veel meer mogelijke betekenissen op. Misschien is de impact op de lezer wat groter, omdat hij ook een kijker wordt - en dat is het dan. 

Nog een probleem met deze versie vind ik precies "den john". Het Google Gedicht ontleent een deel van zijn charme aan deze John, die we meteen linken aan het schuinsmarcherende exemplaar van mediafenomeen Astrid Bryan. Maar binnen een paar jaar leggen we die link niet meer en wordt de John uit het gedicht een John-Zonder-Meer. En toen dacht ik aan een andere John... en kwam ik uit bij het Lam Gods.  

Ook de techniek van de stiftgedichten levert een avontuurlijke manier op om gedichten te "maken", zonder dat je ze echt hoeft te schrijven. Wat je eigenlijk doet, is samples produceren, zoals musici al geruime tijd doen. Maar uiteindelijk is dit ook een vrij restrictieve werkwijze, en kun je hier eveneens nog een stapje verder gaan en naar een heuse remix toe werken.

Zo is dit een artikel uit De Morgen:

     
En is dit een gedicht dat nog echt werd "geschreven", maar dat zonder de sampling en collage technieken van hierboven, of zonder het artikel, nooit tot stand zou zijn gekomen: 



Een gedicht ontstaat pas als de dichter(es) creatief aan de slag gaat met het materiaal dat hij/zij ter beschikking heeft. Dit betekent onder meer: ordenen, schrappen en herschrijven, bijschrijven en vooral: nieuwe context, nieuwe betekenissen mogelijk maken. In het videogedicht Nergens / Voorbij (zie hoger) heb ik door het filmpje een subtekst proberen mee te geven, een nieuwe context met een extra betekenis, die niet zou worden uitsproken, maar die ook niet al vervat was in onderstaande googles:   





Ook heel interessant & makkelijk om creatief bezig te zijn met Woord & Beeld, is Vine:

12-10-13

"De pupil" van Harry Mulisch - recensie door Elisa Verdo

De pupilDe pupil by Harry Mulisch
My rating: 5 of 5 stars

Als eerste kennismaking met Mulisch - en bij uitbreiding zelfs met de Nederlandstalige literatuur - was "De Pupil" er destijds eentje die kon tellen. Niet voor niets is het één van de boeken geworden die in mijn hoofd zijn blijven kleven - of beter: vastgespeld zijn met een veiligheidsspeld - .
Zelden heb ik me zo verwant gevoeld met een auteur, zelden heb ik zoveel herkend in zijn verhaal.
Om te beginnen delen het hoofdpersonage (Mulisch zelf?) en ik al een zelfde passie: Italië. Met een Italiaans citaat als aanhef, kan er al niet veel meer mislopen... Dat net Rome de plaats is waar zijn schrijverstalent ontluikt, het spreekt haast voor zich: is Rome niet het centrum van de wereld, het summum, het "nec plus ultra"?
Maar ook de innerlijke drang tot schrijven, de mislukte pogingen daartoe, de wanhoop en de twijfels ("wilde ik niet het onmogelijke?"): wat zijn ze herkenbaar!
Zelfs de liefde-haat relatie met literatuur hebben we gemeen: "De bestaande literatuur zei me niets, ik was een schrijver, geen literator", waarbij we allebei desondanks beseffen: "Lezen moest ik! Alles lezen!".
En als de pupil "niet normaal was in een wereld die niet normaal was", dan hoop ik dat evenmin te zijn, zodat we dus allebei "normaal (zijn), en de zogenaamd normalen (...)getikt "
Doorheen het hele boek voel ik een jaloerse bewondering voor zijn prachtige vergelijkingen, zijn vliegende vaart, zijn heerlijke humor, zijn subtiele woordspelingen...
Er zijn er die Mulisch verwijten dat hij arrogant was, maar in volgende paragraaf herken ik vooral de ironische zelfspot van een man, wiens zelfvertrouwen in vraag gesteld wordt door een mateloze drang naar perfectie: "ik, een buitengewoon opmerkelijke jongeman van achttien, even opgewekt als getourmenteerd, met een volstrekt onafhankelijke geest en een universele belangstelling, uitzonderlijk begaafd, met een mateloze ambitie, gecombineerd met een tomeloze werklust, daarbij ongetwijfeld creatief, met een aangeboren mensenkennis en een verbluffend originele fantasie, ook zeer geestig en ad rem, bovendien vrijwel volmaakt gebouwd en altijd smaakvol gekleed, welgemanierd, goed van de tongriem gesneden en bij dat alles van een hartveroverende bescheidenheid, ik beeldde natuurlijk nauwkeurig de ideale zoon uit."
Ik kan alleen maar dromen op een dag mijn eigen Mme. Sasserath tegen het lijf te lopen en hopen dat ik dan niet, zoals een veiligheidsspeld, "een weerstand ontmoet, die ik zelf ben."

View all my reviews

11-10-13

Poëzieclip "Schuilen of huilen?" (Mi) / De Schuilkelders van de Poëzie



De poëzieclip "Schuilen of huilen?" maakt deel uit van het project "Schuilen in Verwondering / De Schuilkelders van de Poëzie", naar aanleiding van Gedichtendag/Poëzieweek 2014.

 "Schuilen of huilen?" werd gecreëerd door de afdeling Literaire Creatie van de Academie voor Podiumkunsten, Aalst.

Tekst en fotografie: Mi. Fotobewerking & montage: Patrick Bernauw.
Soundscape: "Tangible Darkness" (Keplar)


09-10-13

Het Grote Berenbos - Donnie De Neef



Dit is Mirre.
Ze staat voor het Grote Berenbos.
Het Grote Berenbos is geen plek voor kinderen.
Maar Mirre is op zoek naar iets.
Papa zegt dat je in het bos alles kunt vinden.
‘Alles?’ had Mirre gevraagd.
‘Alles!’ had papa geantwoord.


Er zijn een paar dingen,
waar Mirre naar op zoek is.
Dingen die thuis stuk zijn gegaan.
Lachen, bijvoorbeeld.
Of niet bang hoeven te zijn.
En dat wat mama zo graag wil…
Hoop, heet het.
En tijd, voor papa.


Nog niet zo lang geleden kon Mirre
tijd en hoop en lachen en niet bang zijn
gewoon bij haar thuis vinden.
Dat was voor de dokter langskwam.
‘Seppe is ziek,’ zei hij.
‘Wordt hij gauw beter?’ vroeg Mirre.
Mama begon te huilen.
‘Niet gauw, wel beter,’ antwoordde papa.


Maar beter duurde langer
dan Mirre geduld had.
Op één maand tijd had Seppe
al zijn haar verloren.
En drie melktanden.
‘Jouw hoofd lijkt op de maan,’
had Mirre tegen haar broertje gezegd.
Daardoor was mama
nog harder beginnen huilen.


Mirre kijkt
in het Grote Berenbos
onder alle stenen,
takken, struiken en bloemen.
Ze kijkt ook nog achter de zon,
onder de wolken, tussen de bomen
en in een molshoop.
Maar ze vindt nergens wat ze zoekt.


Vier beren kijken toe hoe
Mirre de dingen zoekt.
Eén rode, één bruine, één witte en
één zwarte.
‘Kan ik je helpen?’ vraagt de bruine beer.
‘Ik zoek iets,’ zegt Mirre.
‘Tijd, hoop, lachen en niet bang zijn.’
‘Dat is niet niets,’ zegt de zwarte beer.
‘We helpen je zoeken,’ besluit de rode.


‘Iedereen zoekt tijd hier in het bos,’
zegt de bruine beer.
‘Alleen… we hebben het nog nooit kunnen vinden.
Maar misschien heb jij meer geluk.’
Mirre en de bruine beer zoeken overal.
Na een poosje haalt de beer zijn schouders op.
‘Tijd is onvindbaar vandaag.’
Hij plukt een blad van de lindeboom
en geeft het aan Mirre.
‘Dit is geduld. Neem dit in de plaats.’


‘Hoop is moeilijk vast te houden,
zegt de witte beer peinzend.
‘Hoop komt en gaat. Maar misschien
komt het vandaag wel naar het bos.’
Ze zoeken samen in alle vijvers,
tussen de madelieven,
en in een lege honingpot.
De witte beer raapt een eikel op.
‘Geen hoop te vinden,
maar dit hier is vertrouwen.’


‘Lachen,’ mompelt de rode beer.
‘Ik moet lachen vinden.’
Hij kijkt wat verloren om zich heen.
Dan gaat hij voor Mirre staan.
Hij tilt haar armen op en kriebelt
onder haar oksels.
Mirre vindt het niet grappig.
De rode beer slaat zijn poten om haar heen.
‘Hier heb je een knuffel,’ zegt hij,
‘dat is net zoiets als lachen.’


‘Niet bang zijn,’ zucht de zwarte beer.
Hij krabt aan zijn achterhoofd.
‘Als ik niet bang zijn was,’ zegt hij,
‘dan zou ik me onder de grond verstoppen.’
Hij begint een kuil te graven.
De kuil is wel twee meter diep,
maar niet bang zijn is nergens te vinden.
De zwarte beer kucht, en gaat in de kuil zitten.
Mirre kruipt er bij.
De beer haalt iets van achter zijn rug.
‘Hier heb je dapper zijn,’ zegt hij.
‘Daar kom je ook een heel eind mee.’


Mirre kijkt naar de dingen in haar hand.
Geduld, vertrouwen, knuffels en dapper zijn.
Niet echt waar ze naar op zoek was,
maar ze is er best tevreden mee.
‘Het spijt ons dat we je niet kunnen helpen,’
zegt de bruine beer.
Mirre schudt haar hoofd.
‘Dit is alles wat ik nodig heb,’ zegt ze.


Mirre neemt afscheid van het Grote Berenbos.
Seppe zit nog steeds op dezelfde plek in de achtertuin.
Zijn hoofd lijkt nog steeds op de maan.
Kon ze maar iets doen om te helpen.
Kon ze maar meer doen.
Ze hoort mama roepen dat het eten klaar is.

Misschien is zus zijn wel precies genoeg.

Schrijven Online Nieuws

Schrijven Online blogs

Schrijven Online wedstrijden

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...