11-02-13

Helena vertelt... (Jana Verhasselt)




Philo is duidelijk op zijn tenen getrapt. Alweer.
Hoe egoïstisch kan hij toch zijn? Hij is niet de enige jongen in mijn leven! Ik ben ook vriendin van vele anderen! Ik ben wel zíjn meisje en ik ben daar heel blij mee.
Ik herinner mij onze eerste kus nog steeds als de dag van gisteren. Philo kwam bij ons eten, zoals hij wel vaker doet, maar mama was nog niet klaar. Ze gaf ons een spelletje voor op de WII aan. We waren toen wel 14, en dat is jonger dan nu, maar zo’n spel waarbij je alles op voorhand kon raden interesseerde ons toch niet meer… We gingen dus naar mijn kamer. Ik had echt veel geluk dat Hanna niet thuis was! Anders zou hij beslist op haar kamer gaan, want hoe close die wel niet waren! Ze zijn altijd al de beste vrienden geweest, nu nog, maar nu staat er toch een meisje voor Hanna: moi! Ik was eigenlijk nogal aan het versieren toen! Ik wou Philo koste wat het kost voor mij, mijn plannetje kende ik al vanbuiten. Ik ging mijn mama’s trouwschoenen laten zien, want die had ik net gekregen om op mijn bureau te zetten, als decoratie. Mijn kamer leek eigenlijk meer een snufjeswinkel, je had nergens een kast zonder beeldje. En zeker niet zonder schoenen, hoe raar het ook klinkt, ik plaatste schoenen overal waar ik plaats had. Ik was er gewoon zot van! Schoenen zijn dus altijd al mijn zwak punt geweest…
Ik zei dat ik ze eens zou passen, maar ze hadden wel een hoge hak. Ik draaide me met m’n rug naar hem toe en deed ze aan. Toen ik me omdraaide, viel ik toch wel niet een beetje naar voor zeker! Het was net een ‘Michael Jackson-houding’, maar het werkte wel! Mijn mond bevond zich misschien op twee centimeter van zijn lippen, en ik bleef staan, ik keek in zijn ogen en glimlachte. Daar kon hij niet aan weerstaan, en hij kuste me…

Ik heb er dan ook heel lang moeten op wachten. Ik was al verliefd op hem vanaf het moment dat ik hem voor het eerst zag. Maar wat wil je? Een oudere jongen weet altijd wel iets los te krijgen bij een meisje. Zeker in die peuter-kleuter-fase. Ik keek altijd naar hem op; hij kon al fietsen op een echte fiets, ik zat nog steeds op m’n driewieler. En hij reed veel sneller dan ik. Het was altijd wedstrijd; ik en m’n zus op onze driewieler en hij op zijn ‘grote-mensen-fiets’. En als hij won, ging hij op de tafel staan, en dan moesten wij, net zoals in de echte koerswedstrijden, hem kussen. Ik op z’n linkerkaak en Hanna op z’n rechter. Zou hij dan ook al iets gevoeld hebben voor mij?
Nog zoiets wat me toen jaloers maakte, was dat hij alleen mocht schommelen, en er al afspringen. Om dan wel zere knieën te hebben, maar toch. Het was leuker dan dat je op iemands schoot moest blijven zitten.
Alles was geweldig aan hem. Alles is geweldig aan hem.

‘Ik kan er niet tegen als je zo stil bent, liefje’ Zachtjes druk ik een kus op zijn hand. Ik voel een aankomende ruzie en wil die niet laten doorgaan.
‘Je mag er niet boos om zijn, ze doen me niks.’ Ik ga dichter bij hem zitten en leg m’n hoofd op zijn schouder.
‘Het is moeilijk voor mij.’ Zijn stem is bitter en hard.
‘Ik weet het, ik begrijp het, maar jij bent de enige voor mij.’ Snel geef ik hem nog een kusje en bestudeer dan zijn gelaatstrekken.
Hij kijkt nog steeds over me heen. Of door me heen. Alleszins niet naar mij. Deze momenten haat ik gewoon. Jongens kunnen hun kuren hebben… Het ene moment zijn ze zo ontzettend lief en geven ze je complimentjes bij de vleet. Maar een uur daarna kunnen ze alweer hun gezicht op onweer zetten, kort antwoorden en je al helemaal niet aankijken.
Een derde kusje, een vierde. ‘Liefje?’ Ik probeer me zo vriendelijk mogelijk te gedragen, in de hoop dat hij breekt. Ik speel precies mee in een film, zo’n plakkerige sletjesfilm, waarin vrouwen zoveel mogelijk mannen willen verleiden.
Maar ik speel er niet graag in mee. Ik wil mijn liefje terug.
Philo zucht en bijt op zijn lip. ‘Ik wou dat jij niet zo schattig en lief was.’
Dan kust hij me terug.

‘Het eten is klaar!’
Weer te snel natuurlijk, Philo was net weer de oude. Koppig blijf ik op zijn schoot zitten.
‘Je moeder heeft net geroepen, schat,’ helpt Philo mij herinneren. Alsof ik dat niet doorhad.
Hij pakt me op en heel even voel ik me een echte prinses. Zo zalig in zijn armen, zo zalig als hij me ronddraait en dan weer kust.
‘We zullen toch moeten gaan.’ Hij fluistert het in mijn oor.
Mijn hele lichaam ondervindt een koude rilling. Wat lig ik hier zo graag. Alles wat ik daarnet dacht over zijn wisselvallig man-zijn vergeet ik, hij is gewoon het beste liefje ooit.

04-02-13

Ik heb nooit gekeken (Anne Baaths)



Audio trailer van een fragment uit een roman in wording, "Tristan = Strijder", van Anne Baaths. Literaire Creatie, Academie voor Podiumkunsten, Aalst. Maakt deel uit van het DKO-Project "Gebroken Dromen" in de Kopergietery, Gent (maart 2013).


HOOFDSTUK 3:

AUGUSTUS 2009

De eerste miskraam was de pijnlijkste, zowel fysiek als mentaal. Omdat ik het niet verwachtte. Zwangerschapsmoeilijkheden, van vruchtbaarheidsproblemen tot ochtendmisselijkheid, waren tot op dat moment volledig aan mij voorbijgegaan. Twee maanden na ons huwelijk was ik al zwanger van Niels. Zijn geboorte verliep vlot in een bevallingsbad. Alles, van de eerste wee tot de nageboorte fikste ik in minder dan negen zielige uurtjes. Geen ruggenprik, geen vervelende knip of scheur. Niks, noppes nada! Zwangerschapsproblemen? Dat gebeurde bij andere mensen, niet bij ons, wij konden zoveel kinderen krijgen als we wilden.
Niet dus.
Ik herinner mij dat mijn toenmalige gynaecoloog er zeer luchtig over deed toen hij na dertien zwangerschapsweken vaststelde dat het vruchtje volledig doorbloed was.
Zo van: ‘Tja, dat gebeurt.’
Zijn vrouw, die hem assisteerde in zijn praktijk, wees hem terecht.
‘Zeg, voor hen is dit wel vreselijk slecht nieuws.’
‘Dat weet ik wel, maar ik moet dit zo ongeveer twee keer per week vertellen.’
‘Niettemin kan je dat op een meer betrokken manier doen.’
Ik was er een paar dagen compleet van onderste boven. De huilbuien een humeurschommelingen volgden elkaar in ijltempo op, maar ik nam me voor niet op te geven. We waren jong en de volgende keer zou het vast beter gaan.
Op aanraden van de gynaecoloog kozen we voor een natuurlijke afdrijving van de vrucht. Dat betekende dat er geen curettage diende te gebeuren, dus dat de baarmoeder ook geen wonde kon oplopen. Ik kreeg twee pilletjes mee naar huis om, als er na een week nog geen bloedingen opgetreden waren, de afdrijving te bespoedigen. De arts vond het niet nodig om naar een oorzaak van de misgeboorte te zoeken.
Ik heb nog twee weken met dat kindje in mij rondgelopen.
Twee weken, waarin het gevoel primeerde dat de dood letterlijk en figuurlijk in mij woonde. Ik kon er niet van weglopen. Ik was een kerkhof.
Je zou denken dat de miskraam zelf een opluchting was na die twee weken. Eigenlijk was dat ook zo. Dit was de finale van een minder geslaagd hoofdstuk uit mijn leven. Nu konden we opnieuw beginnen. Maar toen ik eind augustus eindelijk hevige rugpijn kreeg en zwaar begon te bloeden moest het ergste nog komen.
Iedere vrouw op vruchtbare leeftijd moet zo ongeveer eens per maand een menstruatie door. Niet bepaald de hoogdagen uit ons bestaan, maar bon. In zekere zin lijkt een spontaan miskraam daar heel sterk op. Op een klein detail na.
Ik zat op het toilet, een plaats waar ik geregeld was tijdens mijn miskramen, terwijl ik voelde hoe twee grote brokken kort na elkaar via mijn vagina mijn lichaam verlieten.
Ik kokhalsde en begon te huilen.
Ik ben even blijven zitten tot het over was.
Daarna spoelde ik alles door.
Ik heb niet gekeken.
Ik heb nooit gekeken.

Schrijven Online Nieuws

Schrijven Online blogs

Schrijven Online wedstrijden

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...